| De Limburger 1-11-2011 |
| maandag, 09 augustus 2010 20:36 |
|
dinsdag, 01 november 2011
Karttalent Jorrit Pex (18) blijft nuchter onder prestaties en weet hoe belangrijk zijn mbo-studie is
Jorrit Pex, groot geworden in de kart. foto Franco Gori
In het spoor van Jos Verstappen De kneepjes van het vak heeft hij geleerd van Jos Verstappen. Jorrit Pex (18) behoort in de KZ1-schakelklasse inmiddels tot de wereldtop van het karten. In de toekomst hoopt de middelste van drie racende broers Pex uit Maasbracht zijn progressie te bekronen met een of meer (wereld)titels. door Ivo Op den Camp De werkplaats oogt bijna als de operatiekamer van een modern ziekenhuis. Schoon, steriel bijna, en geordend staan de racekarts opgesteld om aan te sleutelen. Het gereedschap ligt keurig klaar. Op de vloer is geen vuiltje te bekennen. Dit is het zenuwcentrum van Pex Racing Team, de plek waar de racemonstertjes van Yard (21), Jorrit en Stan (13) Pex worden geprepareerd. Ook Jos en zijn zoon Max (14) Verstappen sleutelen hier driftig aan hun karts. Jorrit is de aankomende ster van de familie. Yard is al een aantal jaar van de partij in de hoogste klassen van de kartsport, terwijl de kleine Stan in de niet geschakelde KF3klasse zijn eerste schreden in de ‘Jos zei tegen me: kom maar achter me aan’ wedstrijdsport heeft gezet. Vader Richard Pex fungeert als manusje van alles: teambaas, manager, monteur, sponsor. En als vader is hij uiteraard ook mentaal begeleider. Aanvankelijk heersten de één pk’s in huize Pex. „Pap reed paard, maar Yard bleek daar heel erg allergisch voor”, legt Jorrit uit. „Daar is hij toen maar mee gestopt.” Al snel zag Richard dat zijn zoons vooral veel oog hadden voor de oude, aftandse trapskelter. „Met Sinterklaas kregen we toen een nieuw 50cc kartje om mee te crossen op het terrein van het bedrijf van mijn vader. Vervolgens is het een beetje uit de hand gelopen.” Wat heet uit de hand gelopen. De racebacil ging van broer naar broer, met als gevolg dat alle uitjes van de familie Pex inmiddels bestaan uit reizen met de camper naar de diverse Europese kartcircuits. Jorrit manifesteerde zich al rap als een groot talent. „Met dank aan Jos Verstappen”, verwijst Jorrit naar de (soms harde) leerschool die hij kreeg van de oud-Formule 1-coureur. „Jos reed zelf veel kart. Dan gingen we naar het circuit en zei hij tegen mij: ‘kom maar achter me aan.’ Dat deden we zó vaak totdat ik enigszins in de buurt van hem kon blijven. Hij heeft me echt de kneepjes van het vak geleerd. Zoals de start bijvoorbeeld. Ik was hem eens te snel af en vervolgens kegelde hij me er in de eerste bocht vanaf. ‘Zo, nu weet je dat je de race niet wint bij de start, maar moet blijven uitkijken’, zei Jos vervolgens tegen me. Nu nog, bij elke race, denk ik in de eerste bocht aan die woorden van Jos.” Als 13-jarig jochie werd Jorrit al wereldkampioen in de Rotax-juniorklasse. „In Portugal. Voor het eerst zat ik in een vliegtuig en reed ik een internationale race. Onvergetelijk.” Als 14-jarige maakte Jorrit de overstap naar de KF3-klasse en streed hij mee in de World Series. „Daar gaat het er al heel professioneel aan toe. We moesten opboksen tegen de fabrieksteams. Moeilijk, maar we leerden snel.” Met ‘we’ bedoelt Jorrit met name zijn vader Richard en Jos Verstappen. De laatste manifesteerde zich niet alleen als leermeester óp het ‘Fysiek was het in het begin heel erg zwaar’ circuit, maar bleek ook een uitstekend tuner van motoren en een meester in het zoeken naar de juiste afstelling van de karts. „We de-den alles samen, want inmiddels was ook Max Verstappen begonnen met karten. Maar ik keek toch eigenlijk altijd een beetje met een jaloers oog naar mijn oudere broer in de geschakelde KZ-klasse. Dat sprak me toch meer aan. Ik heb Yard toen gevraagd of ik het ook eens mocht proberen. Na vijftien rondjes was ik helemaal kapot, maar ik was ook nog maar een halve seconde langzamer dan Yard.” Jorrit hoefde niet lang na te den-ken: zijn toekomst lag in de KZ-klasse, al betekende dat wel dat hij als jong ‘broekie’ moest opboksen tegen veelal volwassen, ervaren rijders. „Fysiek had ik het in het begin dan ook heel moeilijk”, herinnert Jorrit zich. Inmiddels behoort Jorrit echter tot de wereldtop en stonden louter domme pech (kapotte motor) en een diskwalificatie (kart dertig gram te licht) Europese en wereldtitels in de weg. „Mijn doel is dus duidelijk: die titels proberen te veroveren.” Of hij vervolgens de overstap naar de autosport maakt, betwijfelt Jorrit. „Het kost ontzettend veel geld en ik ben wel zo reëel om niet automatisch te veronderstellen dat ik mijn geld in de racerij zal verdienen. Ik studeer marketing en communicatie in Sittard en ga ervan uit dat ik in dat vak een leuke baan zal moeten zoeken.”
|










